Recht op eigen cultuur

Kinderrechtenpad

Elk kind heeft recht op vrijheid van gedachten, geweten en godsdienst en de vrijheid deze te uiten. De overheid respecteert de rechten en plichten van ouders en voogden om het kind te (bege)leiden bij de uitoefening van dit recht op een manier die past bij zijn of haar leeftijd en ontwikkeling.

Meestal leren kinderen van hun ouders en op school over geloof, godsdienst en religie. Vaak geloven kinderen op dezelfde manier als de ouders over godsdienst, kerk of een god. Want het wel of niet geloven in een bepaalde godsdienst is een belangrijk onderdeel van de opvoeding. In sommige landen is er een staatsgodsdienst die voor de hele bevolking verplicht is. Maar in het VN-Kinderrechtenverdrag staat dat kinderen niet gedwongen of verplicht mogen worden om een bepaald geloof te hebben, niet door hun ouders en niet door de regering. Ouders mogen kinderen wel stimuleren om een bepaald geloof te volgen. De regels van een geloof mogen alleen nooit schadelijk voor kinderen zijn.

Kinderen kunnen als ze zouden willen, naar de kerk of moskee gaan terwijl hun ouders niet geloven. Of kinderen kunnen besluiten om niet in god te geloven, terwijl hun ouders dat wel doen. Ook als kinderen sommige regels van een godsdienst niet willen opvolgen, zoals communie doen, meedoen aan de vastenperiode, of een hoofddoek dragen, dan is dat hun recht.

Kinderen moeten goede informatie krijgen over de verschillende godsdiensten, zodat zij zelf een keuze kunnen maken over welk geloof het beste bij hen past.

 

Andere Kinderrechten

  1. Recht op gelijke kansen
  2. Recht om op te groeien bij hun ouders
  3. Recht op vrede
  4. Recht op bescherming tegen kinderarbeid
  5. Recht op voedsel
  6. Recht op een eigen cultuur
  7. Recht op bescherming tegen geweld
  8. Recht op een eigen mening
  9. Recht op onderwijs
© Stichting Het Bevrijdingsbos 2019